Nehalennia: de godin van de zeevaarders
Al in de Romeinse tijd lag bij Domburg een heiligdom voor Nehalennia, een plaatselijke godin die handelaren en zeevaarders beschermde.
- Dank voor een behouden vaart: handelaren beloofden de godin een offer als zij veilig terugkeerden van de oversteek over de Noordzee, en lieten daarna in de tempel een stenen altaar met een dankbare inscriptie achter.
- Verdwenen onder water: aan het einde van de 3e eeuw na Christus steeg de zeespiegel, werd het gebied onbewoonbaar en raakte de tempel letterlijk en figuurlijk in de vergetelheid.
- Herontdekt in 1647: op 5 januari 1647 legden stormen op het strand bij Domburg de resten van het heiligdom bloot, met zo'n veertig stenen met Latijnse inscripties, waarvan de meeste aan Nehalennia gewijd waren.
- Nehalennia leeft voort: een hotel, een straat, een beeld en een duingebied in Domburg dragen nog altijd haar naam, en een deel van de altaarstenen is te zien in musea.
Handelsplaats en burcht in de vroege middeleeuwen
In de vroege middeleeuwen was de kust bij Domburg een levendige handelsplaats, getuige de vele munten die op het strand zijn gevonden.
- Munten op het strand: vanaf ongeveer 650 na Christus zijn er bij Domburg talloze munten verloren, waaronder Angelsaksische sceatta's, een teken van drukke handel over de Noordzee.
- Een ronde burcht: rond 875, kort na plunderingen door de Noormannen, werd hier een ronde aarden burcht aangelegd, net als in Middelburg en Souburg; de naam Domburg herinnert nog aan deze burg.
- Door de zee opgeslokt: de oude burcht en een groot deel van de vroegmiddeleeuwse nederzetting verdwenen door kustafslag in zee, maar archeologen vonden in 1991 nog sporen van de burcht.
Een stadje met stadsrechten
In 1223 kreeg Domburg stadsrechten, opvallend vroeg voor een plaats die eigenlijk meer dorp dan stad was.
Johanneskerk: de 38 meter hoge toren van de Johanneskerk stamt uit ongeveer 1250, de oudste delen van de kerk uit ongeveer 1300; na een brand door blikseminslag in 1848 werd de kerk tussen 1849 en 1855 herbouwd.
Oude Stadhuis: het Oude Stadhuis op de Markt werd in 1567 gebouwd op fundamenten die vermoedelijk uit 1545 stammen; de bel van het uurwerk in het torentje werd in 1749 in Amsterdam gekocht.
- Haring en landbouw: van de 15e tot het midden van de 16e eeuw leefden de inwoners van de haringvangst, de landbouw, de veeteelt en de jacht.
- Binnen en Buiten: pas in 1816 werden Domburg-Binnen en Domburg-Buiten samengevoegd tot één gemeente, en in 1848 werden de laatste heerlijke rechten afgeschaft.
De oudste badplaats van Zeeland
Al in de 17e eeuw kwamen dagjesmensen uit Middelburg naar Domburg, maar in 1834 werd het officieel een badplaats met een heuse badkuur.
Eerste badpaviljoen (1837): in 1837 verrees in de duinen een koffie- en badhuis in classicistische stijl, ontworpen door de Middelburgse architect Gerardus Grauss, de voorloper van het huidige Badpaviljoen.
- Overvol (1860): rond 1860 was Domburg al te klein om al zijn bezoekers te huisvesten, en vaak was alle accommodatie al voor het begin van het zomerseizoen volgeboekt.
- Lovende woorden (1867): een rapport van de artsenvereniging in Zeeland roemde in 1867 de ligging, het strand en het zeewater van het nieuwe zeebad van Domburg.
- Het Badpaviljoen van 1889: in opdracht van de Domburgsche Zeebadinrichting ontwierp Johannes van Nieukerken een nieuw paviljoen in Hollandse neorenaissance, met een concert- en kuurzaal, biljartzaal, leeszalen en een terras aan zee.
Golf tussen de duinen (1914): in 1914 werd de Domburgsche Golf Club opgericht, een van de oudste golfclubs van Nederland en een van de weinige echte linksbanen van West-Europa.

Dr. Mezger, de dokter met de gouden duimen
De internationale faam van Domburg is voor een groot deel te danken aan dr. Johann Georg Mezger (1838-1909), wiens borstbeeld op 't Groentje staat.
- Pionier van de fysiotherapie: de Amsterdamse slagerszoon Mezger ontwikkelde behandelingen met massage en manipulatie die aan de basis staan van de moderne fysiotherapie, wat hem de bijnamen Vorstenwrijver en de dokter met de gouden duimen opleverde.
- Zomers in Domburg: na zijn huwelijk met een Middelburgse in 1886 bracht hij zijn zomers in Domburg door, en in 1887 liet hij aan de Domburgseweg Villa Irma bouwen, die in 1949 afbrandde.
- Vorstelijke patiënten: Mezger behandelde vorsten als keizerin Elisabeth (Sisi) van Oostenrijk, de latere koning Gustaaf V van Zweden en tsarina Maria Fjodorovna van Rusland, en veel van zijn voorname patiënten volgden hem naar Domburg, waar zij logeerden in onder meer het Badhotel, het Schuttershof en Hotel de l'Europe.
Een koningin als dichteres: in 1889 verbleef koningin Elisabeth van Roemenië, bekend als schrijfster onder de naam Carmen Sylva, een maand in Domburg; ter ere van haar werd Villa Maria omgedoopt tot Villa Carmen Sylva.- Een monument van dankbaarheid: het borstbeeld van beeldhouwer August Falise werd in september 1910 onthuld door "zijne dankbare patiënten en vereerders", een jaar na Mezgers overlijden.
Schilders van het Zeeuwse licht
Vanaf het begin van de 20e eeuw werd Domburg het middelpunt van een levendige kunstenaarskolonie rond de schilder Jan Toorop.
- Jan Toorop: de belangrijkste Nederlandse symbolist hield zich vanaf het begin van de 20e eeuw geregeld in Domburg op en trok veel andere kunstenaars aan.
- Piet Mondriaan: Mondriaan schilderde in Domburg de Johanneskerk, de duinen, de pier en de zee, en zette hier belangrijke stappen op weg naar de abstracte kunst van De Stijl.
Marie Tak van Poortvliet: deze kunstverzamelaarster steunde de kunstenaars in Domburg; het museum dat haar naam draagt toont nu exposities over de kunstenaars van toen en van nu. Molen Weltevreden: de stenen grondzeiler Weltevreden uit 1817 was een geliefd onderwerp van onder meer Toorop en Mondriaan.
Oorlog en wederopbouw
Zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog onderbraken de bloeiperiodes van Domburg als badplaats.
Watertoren met littekens: de in 1933 gebouwde watertoren in de duinen raakte in de Tweede Wereldoorlog flink beschadigd; de gedichte gaten zijn nog altijd te zien.- Walcheren onder water: nadat geallieerde bommenwerpers in oktober 1944 de zeedijk bij Westkapelle hadden doorbroken, liep een groot deel van Walcheren onder water.
- Bevrijding (november 1944): op 2 november 1944 bereikten No. 41 (Royal Marine) Commando en No. 10 (Inter-Allied) Commando, met een moedige Noorse eenheid, het dorp, dat na hevige gevechten werd bevrijd.
- Bomkraters op de golfbaan: veel grasbunkers van de Domburgsche Golf Club zijn oorspronkelijk kraters van bombardementen uit de oorlog.
- Snelle wederopbouw: na de oorlog was er van Domburg weinig meer over dan puin en door zout water beschadigde gebouwen, maar al in 1948 werden er weer 3.271 badgasten geteld.
Domburg vandaag: badplaats met karakter
Tegenwoordig is het toerisme de belangrijkste bron van inkomsten en hoort Domburg bij de meest bezochte badplaatsen van Nederland.
- Gemeentelijke herindeling: in 1966 werd Oostkapelle bij de gemeente Domburg gevoegd, en sinds 1997 hoort Domburg bij de gemeente Veere.
- Duitse gasten: vanaf de jaren vijftig zijn het vooral Duitse vakantiegangers die Domburg bezoeken, en ook nu nog hoor je in de Weststraat en Ooststraat veel Duits.
Een gerestaureerd icoon: het Badpaviljoen, sinds 1983 rijksmonument, werd volledig gerestaureerd en op 11 juni 2008 door minister-president Jan Peter Balkenende heropend.
Een nieuwe bestemming: het Oude Stadhuis is sinds de herindeling van 1997 geen raadhuis meer, maar een antiek- en interieurwinkel.- Klein dorp, grote zomer: Domburg telt zo'n 1.650 inwoners, maar in de zomer worden hele straten verhuurd en is het dorp vele malen drukker.











